Terugkeer naar Freud

  • Frans: Freud, retour à
  • Engels: Freud, return to
  • Duits: Freud, Rückkehr zu

Heel het werk van Lacan kan slechts begrepen worden in de context van de intellectuele en theoretische nalatenschap van Sigmund Freud (1856-1939), de grondlegger van de psychoanalyse. Lacan was aanvankelijk als analyticus opgeleid binnen de International Psycho-Analytical Association (IPA), de vereniging die door Freud was opgericht en die zichzelf presenteert als de enige legitieme erfgenaam van Freuds nalatenschap. Lacan ontwikkelde echter forse kritiek op de manier waarop de meeste analytici in de IPA Freud interpreteerden. Nadat Lacan in 1953 uit de IPA was verdreven, voerde hij zijn polemiek verder en beweerde hij dat de drie belangrijke psychoanalytische scholen van de IPA, namelijk de egopsychologie, de kleiniaanse psychoanalyse en de object-relatietheorie, groot verraad hadden gepleegd aan de radicale inzichten van Freud. Om deze situatie te herstellen, stelde Lacan voor dat hij een ‘terugkeer naar Freud’ zou leiden, met een hernieuwde aandacht voor de actuele teksten van Freud zelf, en een terugkeer naar de essentie van het werk van Freud dat door de IPA was verraden. Door Freud in het originele Duits te lezen, ontdekte Lacan elementen die waren verdoezeld door een slechte vertaling, en die door andere beoordelaars werden genegeerd. Zo krijgen gedetailleerde, tekstuele commentaren op specifieke werken van Freud behoorlijk veel ruimte in het werk van Lacan, met een groot aantal verwijzingen naar het werk van andere analytici wiens ideeën Lacan weerlegt.  Om het werk van Lacan te begrijpen, is het daarom nodig om een goede kennis van Freuds gedachtegoed te hebben, en ook om een idee te krijgen hoe Freuds denken verder ontwikkeld en gewijzigd is door andere analytici (de ‘post-freudianen’), die Lacan bekritiseert. Deze ideeën vormen de achtergrond waar  tegen Lacan zijn eigen ‘terugkeer naar Freud’ vormgeeft.

 ‘Wat een dergelijke terugkeer [naar Freud] voor mij inhoudt, is niet een terugkeer van het verdrongene, maar juist om de antithese te gebruiken die in de geschiedenis van de psychoanalytische beweging sinds de dood van Freud is gevormd, door te laten zien wat de psychoanalyse niet is, en met jullie te zoeken naar de manier om datgene opnieuw tot leven te brengen wat haar blijvend ondersteunde, ook al was het afwijkend … ’ (E, 116).

 Het werk van Lacan zelf stelt echter het narratief van een terugkeer naar orthodoxie, dat impliciet aanwezig is in de uitdrukking ‘terugkeer naar Freud’, in vraag, want de wijze waarop Lacan Freud leest en zijn presentatiestijl zijn dermate origineel, dat zijn nederige aanspraken om louter een commentator te zijn, sterk in twijfel kunnen worden getrokken. Bovendien, het klopt weliswaar dat Lacan naar de eigenlijke teksten van Freud terugkeert, maar het is ook waar dat Lacan naar specifieke aspecten van Freuds conceptuele nalatenschap terugkeert, en dat hij sommige concepten meer aandacht geeft, ten koste van andere. Daarom zou men kunnen zeggen dat Lacan niet meer ‘trouw’ is aan Freuds werk dan de post-freudianen, die hij bekritiseert vanwege hun verraad aan de boodschap van Freud; net als hen ontwikkelt hij bepaalde thema’s in Freuds werk en negeert of herinterpreteert hij andere thema’s. De lacaniaanse psychoanalyse kan daarom ook als een ‘post-freudiaanse’ vorm van psychoanalyse omschreven worden, gelijk de egopsychologie, de kleiniaanse psychoanalyse en de object-relatietheorie.

Dit is echter niet hoe Lacan het ziet. Lacan beweert dat er een diepere logica in Freuds teksten werkzaam is, een logica die deze teksten een consistentie verschaft, ondanks de schijnbare tegenstellingen. Lacan beweert dat zijn lezing van Freud, en alleen de zijne, deze logica naar buiten brengt, en toont ons hoe ‘de verschillende stadia en koersveranderingen’ in Freuds werk beïnvloed zijn door Freuds starre, doeltreffende bezorgdheid om ze in hun oorspronkelijke strengheid te bewaren’ (E, 116). Met andere woorden, Lacans lezing van Freud is net zo partijdig als ieder ander, in die zin dat zij aan bepaalde aspecten van Freuds werk voorrang geeft, maar dit is in de ogen van Lacan geen rechtvaardiging om alle interpretaties van Freud als even solide te beschouwen. Dus Lacans verklaringen van loyaliteit en zijn beschuldigingen van verraad kunnen niet als een louter retorische strategie gezien worden. Ze hebben zeker een retorisch-politieke functie, want door zich als ‘meer freudiaans’ dan alle anderen te presenteren, kon Lacan het actieve monopolie uitdagen dat de IPA in de jaren vijftig voerde over Freuds nalatenschap. De verklaringen van Lacan zijn echter ook een expliciete claim dat hij een coherente logica uit Freuds geschriften heeft gehaald, een logica die niemand eerder waargenomen had.

 

Literatuur

  • Dylan Evans, Inleidend lacaniaans lexicon. De psychoanalyse van Jacques Lacan. Amsterdam, Sjibbolet 2024 [oorspronkelijk D. Evans, An introductory dictionary of lacanian psychoanalysis. Londen/New York, Routledge, 1996, vertaling door Elisabeth Greven]
  • Jacques Lacan, Écrits. A Selection, vertaling Alan Sheridan, Londen: Tavistock Publications, 1977. (E)  

Gerelateerde lemma's

Gerelateerde artikelen

De ideeën van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan hebben de theorie en de klinische praktijk van de psychoanalyse aanzienlijk veranderd en hebben een grote impact op de cultuurwetenschappen en de filosofie. Lacans oeuvre staat echter bekend om zijn complexiteit en idiosyncratische…

Andere lemma's binnen deze onderwerpen