Laufer, Eglé

Eglé Laufer (1925-2021) wordt als Eglé Vajda geboren te Wenen. Ze groeit er op in een gezin dat de sfeer van de linkse culturele revolutie tijdens het interbellum ademt. In het spoor van moeders nieuwe partner arriveert Eglé in London, waar zij aan Kings College wis- en natuurkunde studeert. Gedesillusioneerd door de exacte wetenschappen leest ze August Aichhorns Verwaarloosde jeugd (1925). Het is haar Paulusmoment. Prompt start ze een opleiding tot psychoanalytica in de Britse Psychoanalytische Vereniging (BPV). In die periode is zij tevens leerkracht in een privéschool en vrijwilliger op de prenatale afdeling van het University College Hospital. In haar contacten met jonge moeders met een kwetsbaarheid voor postpartumpsychose en -depressie ligt de kiem van Eglés specifieke interesse in de vrouwelijke seksualiteit, de psychose en de adolescentaire ontwikkeling. Deze thema’s zijn complementair met de stokpaardjes van haar toekomstige tweede echtgenoot Moses Laufer, met wie zij als studente reeds kennis maakte. Samen met Moses zal zij een consultatiecentrum specifiek voor adolescenten openen. Het oorspronkelijke Young People Consultation Centre transformeert in de loop der jaren met de steun van Anna Freud achtereenvolgens tot het Brent Center for Young People, het Brent Consultation Centre en het Centre for Research into Adolescent Breakdown.

In de loop van de zestiger jaren maken de Laufers zich de ontwikkelingsgerichte benadering van Anna Freud verder eigen. Hun innovatieve bijdrage bestaat er echter in om de psychopathologie in de adolescentie te duiden als een ‘ontwikkelingsbreuk’ (developmental breakdown): een breuk, impasse of vroegtijdige stilstand in de actualisatie van de adolescentaire ontwikkelingstaken. Door een centrale rol te verlenen aan de seksualiteit en het lichaam knopen de Laufers opnieuw aan bij Sigmund Freuds Drie verhandelingen (Laufer & Laufer 1984). Dit is ongezien binnen de Britse psychoanalytische scene, waar de seksualiteit en het lichaam amper aandacht kregen. Psychopathologie verwijst volgens de Laufers naar de (tijdelijke) onmogelijkheid van het Ik om zich de fysieke lichaamsveranderingen tijdens de puberteit adequaat toe te eigenen. Als het lichaamsbeeld niet geïntegreerd raakt, leidt dit tot een breuk met de realiteit. De adolescent voelt zichzelf door zijn ontwikkelend lichaam gedwongen om volwassen te worden, wat resulteert in hulpeloosheid en overspoeling door angst. Deze door de lichamelijke veranderingen gemobiliseerde angst kan uiteenlopende defensiemechanismen activeren, waaronder het ‘psychotisch functioneren’, dat de Laufers ontwikkelingsgericht denken en aldus onderscheiden van een volwassen psychose. Naast het ‘lichaamsbeeld’ onderscheidt Eglé ook het lichaam als ‘intern object’, dat de lijfelijke pre-oedipale moeder-kindervaringen incarneert (Laufer 2005). 

Een belangrijke component van het leren verhouden tot het adolescentaire lichaam is volgens de Laufers de ‘centrale masturbatiefantasie’. Dit structurerend fantasme, dat de integratie van pre-oedipale en oedipale verlangens voorstaat, drukt zich vanaf de adolescentie uit in de volwassen seksualiteit. Dergelijke seksuele fantasieën, vaak gekoppeld aan de eerste ejaculatie of menstruatie, zijn voor sommigen adolescenten bedreigend en laten hen afglijden richting pathologie. Het gedesintegreerd seksuele lichaam is vaak het lijdend voorwerp van auto-destructieve aanvallen. De nood om de lichamelijke veranderingen te controleren en de seksualiteit te bezweren, toont zich onder meer in eetstoornissen, maar evenzeer in promiscue seksualiteitsbeleving als defensie tegen adolescentaire separatieangsten. Daarnaast wordt suicide(-ideatie) tevens geduid als symptoom van de haat jegens het niet te re-integreren geseksualiseerde lichaam (Laufer 1995).

De ontwikkeling van een vernieuwend conceptueel kader gaat bij de Laufers samen met een innovatief exploratief behandelkader voor kwetsbare adolescenten. Anna Freuds pessimisme inzake de psychoanalytische behandeling van adolescenten verdwijnt door de Laufers als sneeuw voor de zon. Geconfronteerd met het lijden van de adolescent kan de analyticus niet neutraal blijven. De noodzakelijkheid van een behandeling dringt zich op, stellen de Laufers. Een therapeutische interventie tijdens de adolescentie vormt een ‘tweede kans’ en een preventief potentieel voor een inzinking als volwassene (Laufer & Laufer 1989).

Van meet af aan hebben de Laufers zich breed internationaal georiënteerd. Na Anna Freuds overlijden hebben zij zich met onder meer François Ladame (Genève), Philippe Gutton en Raymond Cahn (Parijs) geëngageerd in het tijdschrift Adolescence. De Laufers fungeren als vurige advocaten van een specifieke psychoanalytische opleiding gericht op adolescenten. In 1993 richten zij de European Association for Adolescent Psychoanalysis op, die na verloop van tijd opgaat in de European Federation of Psychoanalysis (EFP). Na Moses’ overlijden in 2006 wordt het centrum herdoopt tot het Brent Center for Young People, tot vandaag bekend als The Laufer House. Samen met haar medewerkers bouwt Eglé het centrum uit tot een internationaal baken inzake de behandeling van adolescenten. Eglé Laufer overleed eind 2021 in Londen.

Literatuur

  • Laufer, M. & Laufer, M.E. (1984). Adolescence and Developmental Breakdown: A Psychoanalytic View. London: Karnac, 2002.
  • Laufer, M. & Laufer, M.E. (eds.) (1989). Developmental Breakdown and Psychoanalytic Treatment in Adolescence: Case Studies. New Haven and London: Yale University Press.
  • Laufer, M. (ed.) (1995). The Suicidal Adolescent. London: Karnac.
  • Laufer, M.E. (2005). ‘Le corps comme objet interne’. Adolescence, 23, 363-379.

Gerelateerde lemma's

August Aichhorn (1878-1949) is een pionier van de psychoanalytische pedagogiek en van de psychoanalyse van de adolescentie Hij wordt erkend als de grondlegger van de ‘residentiële therapeutische behandeling van kinderen en adolescenten’ (Verheij 2004: 504). Aichhorn stamt uit een…

(Wenen 1895 - Londen 1982) Jongste dochter van Sigmund Freud. Aanvankelijk volgde zij een opleiding tot onderwijzeres en vervolgens werd zij (kinder)analytica. Zij verhuisde met haar vader in 1938 mee van Wenen naar Londen. Vele jaren was zij een leidende figuur in de psychoanalytische…

Moses Laufer (1928-2006) groeit op in Montréal (Canada) als zoon van Poolse immigranten. Later gaat hij zich in Israël als maatschappelijk werker ontfermen over het lot van geïmmigreerde oorlogswezen. Na zijn opleiding als psychoanalyticus binnen de Britse Psychoanalytische Vereniging (BPV)…

Andere lemma's binnen deze onderwerpen