Laufer, Moses

Moses Laufer (1928-2006) groeit op in Montréal (Canada) als zoon van Poolse immigranten. Later gaat hij zich in Israël als maatschappelijk werker ontfermen over het lot van geïmmigreerde oorlogswezen. Na zijn opleiding als psychoanalyticus binnen de Britse Psychoanalytische Vereniging (BPV) specialiseert hij zich als kinderanalyticus in de Londense Hampstead Clinic – het huidige Anna Freud Centre. Hij leert tevens zijn echtgenote Eglé kennen. Begin jaren 1960 overtuigt Moses Anna Freud om een apart consultatiecentrum voor adolescenten te openen. Het oorspronkelijke Young People Consultation Centre transformeert in de loop der jaren met de steun van Anna Freud achtereenvolgens tot het Brent Center for Young People, het Brent Consultation Centre en het Centre for Research into Adolescent Breakdown.

In de loop van de zestiger jaren maakt Moses zich samen met zijn echtgenote Eglé de ontwikkelingsgerichte benadering van Anna Freud verder eigen. De innovatieve bijdrage van de Laufers bestaat er echter in om de psychopathologie in de adolescentie te duiden als een ‘ontwikkelingsbreuk’ (developmental breakdown): een breuk, impasse of vroegtijdige stilstand in de actualisatie van de adolescentaire ontwikkelingstaken. Door een centrale rol te verlenen aan de seksualiteit en het lichaam knopen de Laufers opnieuw aan bij Sigmund Freuds Drie verhandelingen (Laufer 1976, Laufer & Laufer 1984). Dit is ongezien binnen de Britse psychoanalytische scene, waar de seksualiteit en het lichaam amper aandacht kregen. Psychopathologie verwijst volgens de Laufers naar de (tijdelijke) onmogelijkheid van het Ik om zich de fysieke lichaamsveranderingen tijdens de puberteit adequaat toe te eigenen. Als het lichaamsbeeld niet geïntegreerd raakt, leidt dit tot een breuk met de realiteit. De adolescent voelt zichzelf door zijn ontwikkelend lichaam gedwongen om volwassen te worden, wat resulteert in hulpeloosheid en overspoeling door angst. Deze door de lichamelijke veranderingen gemobiliseerde angst kan uiteenlopende defensiemechanismen activeren, waaronder het ‘psychotisch functioneren’, dat de Laufers ontwikkelingsgericht denken en aldus onderscheiden van een volwassen psychose. 

Een belangrijke component van het leren verhouden tot het adolescentaire lichaam is volgens de Laufers de ‘centrale masturbatiefantasie’. Dit structurerend fantasme, dat de integratie van pre-oedipale en oedipale verlangens voorstaat, drukt zich vanaf de adolescentie uit in de volwassen seksualiteit. Dergelijke seksuele fantasieën, vaak gekoppeld aan de eerste ejaculatie of menstruatie, zijn voor sommigen adolescenten bedreigend en laten hen afglijden richting pathologie. Het gedesintegreerd seksuele lichaam is vaak het lijdend voorwerp van auto-destructieve aanvallen. De nood om de lichamelijke veranderingen te controleren en de seksualiteit te bezweren, toont zich onder meer in eetstoornissen, maar evenzeer in promiscue seksualiteitsbeleving als defensie tegen adolescentaire separatieangsten. Daarnaast wordt suicide(-ideatie) tevens geduid als symptoom van de haat jegens het niet te re-integreren geseksualiseerde lichaam (Laufer 1995).

De ontwikkeling van een vernieuwend conceptueel kader gaat bij de Laufers samen met een innovatief exploratief behandelkader voor kwetsbare adolescenten. Anna Freuds pessimisme inzake de psychoanalytische behandeling van adolescenten verdwijnt door de Laufers als sneeuw voor de zon. Geconfronteerd met het lijden van de adolescent kan de analyticus niet neutraal blijven. De noodzakelijkheid van een behandeling dringt zich op, stellen de Laufers. Een therapeutische interventie tijdens de adolescentie vormt een ‘tweede kans’ en een preventief potentieel voor een inzinking als volwassene (Laufer & Laufer 1989).

Van meet af aan hebben de Laufers zich breed internationaal georiënteerd. Na Anna Freuds overlijden hebben zij zich met onder meer François Ladame (Genève), Philippe Gutton en Raymond Cahn (Parijs) geëngageerd in het tijdschrift Adolescence. De Laufers fungeren als vurige advocaten van een specifieke psychoanalytische opleiding gericht op adolescenten. In 1993 richten zij de European Association for Adolescent Psychoanalysis op, die na verloop van tijd opgaat in de European Federation of Psychoanalysis (EFP). Moses Laufer overlijdt in 2006. 

Literatuur

  • Laufer, M. (1976). Psychische problemen bij jongeren. Vert. G. Naninck Amsterdam/Antwerpen: Kosmos.
  • Laufer, M. & Laufer, M.E. (1984). Adolescence and Developmental Breakdown: A Psychoanalytic View. London: Karnac, 2002.
  • Laufer, M. & Laufer, M.E. (eds.) (1989). Developmental Breakdown and Psychoanalytic Treatment in Adolescence: Case Studies. New Haven and London: Yale University Press.
  • Laufer, M. (ed.) (1995). The Suicidal Adolescent. London: Karnac.

Gerelateerde lemma's

August Aichhorn (1878-1949) is een pionier van de psychoanalytische pedagogiek en van de psychoanalyse van de adolescentie Hij wordt erkend als de grondlegger van de ‘residentiële therapeutische behandeling van kinderen en adolescenten’ (Verheij 2004: 504). Aichhorn stamt uit een…

(Wenen 1895 - Londen 1982) Jongste dochter van Sigmund Freud. Aanvankelijk volgde zij een opleiding tot onderwijzeres en vervolgens werd zij (kinder)analytica. Zij verhuisde met haar vader in 1938 mee van Wenen naar Londen. Vele jaren was zij een leidende figuur in de psychoanalytische…

Eglé Laufer (1925-2021) wordt als Eglé Vajda geboren te Wenen. Ze groeit er op in een gezin dat de sfeer van de linkse culturele revolutie tijdens het interbellum ademt. In het spoor van moeders nieuwe partner arriveert Eglé in London, waar zij aan Kings College wis- en natuurkunde…

Andere lemma's binnen deze onderwerpen