Harold Searles (1918-2015) groeit op in Hancock, een vredig dorp in het Noorden van de staat New York, aan de Delaware River, te midden van de Catskill Mountains. Deze Amerikaanse rurale context vormt mee zijn persoonlijkheid, die eveneens sporen draagt van een ambivalente verhouding tot zijn emotioneel onbeschikbare en onbemiddelde ouders. Tijdens zijn opleiding aan Cornell komt Searles als adolescent in contact met zijn eigen psychotische kwetsbaarheid. Na een medische opleiding aan Harvard Medical School kiest Searles, getekend door zijn ervaringen in het Amerikaanse leger – onder meer als arts in een militair hospitaal te California –, na de Tweede Wereldoorlog definitief voor de psychiatrie. Daarbij zal de lectuur van Freuds geschriften een determinerende factor vormen. Deze keuze oriënteert hem richting Washington, op dat moment een belangrijk centrum voor zowel psychiatrie als psychoanalyse. Searles’ opleidingstraject krijgt vorm via een leeranalyse bij de orthodoxe freudiaan Ernest Hadley, contacten met Harry Stack Sullivan – samen met Clara Thompson de grondlegger van de interpersoonlijke psychoanalyse in het spoor van Sándor Ferenczi – en supervisie van onder meer Edith Weigert, de Berlijnse psychoanalytica die aan de wieg van de Washington School of Psychiatry stond. Vanuit het psychoanalytische milieu in Washington maakt Searles de keuze voor een beslissend engagement als afdelingsarts in Chesnut Lodge, de befaamde psychiatrische instelling te Rockville (Maryland, Verenigde Staten). Hij is er tevens medewerker van Frieda Fromm-Reichman. Deze periode (1949-1964) van institutioneel klinisch werk is van vormend belang voor de genese van Searles’ hoogst originele en klinisch geïnformeerde psychoanalytische denken. Dit ontwikkelt zich in vier turven, aangevuld met een beklijvend interviewboek met Robert Langs (1980).
In zijn eersteling The Nonhuman Environment in Normal Development and in Schizophrenia (1960) legt Searles het fundament van een hoogst innovatief klinisch oeuvre. Het boek vormt de neerslag van zijn ervaringen met schizofrene patiënten in de Lodge tijdens de jaren 1950. De lezer ontwaart er reeds tal van motieven die Searles’ verdere oeuvre zullen kruiden, inclusief een onverholen kritiek op de orthodox-freudiaanse psychoanalyse en haar nadruk op de intra- en interpersoonlijke relaties. Volgens Searles miskent zij zo een meer oorspronkelijker en fundamenteler zich verhouden tot de niet-menselijke natuur. Hij legt daarbij de nadruk op de impact van de omgeving, zoals bomen, dieren of de betekenis van bepaalde persoonlijke objecten, voor het psychisch welbevinden van zowel schizofrene patiënten als voor ieder van ons. Searles begrijpt schizofrenie dan ook niet als een psychiatrische categorie, maar eerder als een antropologische dimensie en conform onze hedendaagse dimensionele benadering.
Een bijkomend product van het institutionele klinische werk in de Lodge, dat hij tevens combineerde met een privépraktijk in Washington, zijn de Collected Papers on Schizophrenia and Related Subjects (1965). Searles legt de nadruk op de therapeutische relatie als de centrale faciliterende factor van persoonlijke groei. Daarbij ligt de nadruk op de afhankelijkheidsprocessen die hij bij schizofrene patiënten ontwaart en waarbij de analyticus volgens Searles de verbinding kan maken tussen de waan en de realiteit. In het spoor van Gregory Batesons double bind (1956) besteedt Searles eveneens aandacht aan de communicatie tussen ouder en kind, en meer bepaald aan het gekmakende karakter ervan, dat zich volgens Searles herhaalt in de boodschappen van de schizofrene patiënt tot de analyticus. Allerhande modi van bizarre communicatie worden door Searles gelezen als pogingen om een symbiotische relatie aan te gaan met de analyticus, die deze boodschappen als een extern hulp-Ik kan vertalen. Het thema van de tegenoverdracht, dat van bij aanvang een centrale rol speelt in Searles’ klinisch werk, komt geprononceerder uit de verf in het gelijknamige Countertransference and Related Subjects (1979). In het contact met de schizofrene patiënt ervaart de analyticus zelf diens verwarrende en hypercomplexe emoties, aldus Searles. Hij verdedigt klinische noodzaak van de analyticus om therapeutisch gebruik te maken van de eigen innerlijke gevoelswereld en benadrukt dan ook het cruciale belang van het inbrengen van de tegenoverdracht via self-disclosure in het werk met psychotische patiënten.
Na de inclusie van Borderline Personality Disorder (BPD) in de DSM-III (1980) wijdt Searles een vuistdik boek aan zijn werk met dit type patiënten, waarmee hij reeds sinds zijn begindagen als psychiater vertrouwd was. My Work with Borderline Patients (1986) ligt dan ook in het verlengde van zijn eerder opvattingen inzake psychose die hij nu doordenkt voor de behandeling van borderline-pathologie. Deze pil vormt het sluitstuk van zijn carrière als consultant en lesgever aan tal van psychiatrische en psychoanalytische academische centra in de staat New York. In dezelfde periode wordt hij befaamd om zijn spraakmakende publieke therapeutische sessies en wordt zijn werk ook bekend in Europa, waar hij regelmatig lezingen geeft. Tot midden jaren 1990 blijft Searles als psychoanalyticus actief. Zijn laatste levensjaren brengt hij samen met zijn echtgenote door te Californië. Hij overlijdt er in 2015.
Literatuur
- Langs, R. & Searles, H. (1980). Intrapsychic and Interpersonal Dimensions of Treatment – A Clinical Dialogue. New York/London: Jason Aronson.
- Searles, H. (1960). The Nonhuman Environment in Normal Development and in Schizophrenia. New York: International Universities Press.
- Searles, H. (1965). Collected Papers on Schizophrenia and Related Subjects. London: The Hogarth Press.
- Searles, H. (1979). Countertransference and Related Subjects. New York: International Universities Press.
- Searles, H. (1986). My Work with Borderline Patients. New York: The Hogarth Press.
(Boedapest 1873-1933) Arts, succesvol psychoanalyticus, productief schrijver (Ferenczi, 1970, 1972) en lange tijd de favoriete leerling van Freud. Hij legde sterke nadruk op interactionele en preoedipale aspecten van de psychoanalytische behandeling, waarin hij een actieve techniek…
De Internationale Psychoanalytische Vereniging werd opgericht in maart 1910 op het tweede psychoanalytische congres in Neurenberg. Tot de Tweede Wereldoorlog was dit natuurlijk de Internationale Psychoanalytische Vereinigung, met als afkorting IPV. Sedertdien is deze associatie uitgegroeid…