- Frans: forclusion
- Engels: foreclosure
- Duits: Verwerfung
Een van de belangrijkste kwesties die het werk van Lacan al vanaf zijn dissertatie uit 1932 richting geeft, is het onderzoek naar een specifieke psychische oorzaak van de psychose. In de loop van deze probleembenadering zijn er twee constante thema’s aanwezig:
De exclusie van de vader - Al in 1938 verbindt Lacan de oorsprong van de psychose aan de exclusie van de vader in de structuur van het gezin, die als gevolg daarvan gereduceerd wordt tot een moeder-kindrelatie (Lacan, 1938: 49). In zijn latere werk maakt Lacan een onderscheid tussen de reële, imaginaire en symbolische vader, en precies de afwezigheid van de symbolische vader is gerelateerd aan de psychose.
Het freudiaanse concept van de Verwerfung - Freud gebruikt de term Verwerfung (vertaald als ‘repudiation’ in de Standard Edition) op een aantal verschillende manieren (zie Laplanche en Pontalis, 1967: 166), maar Lacan concentreert zich op een daarvan in het bijzonder, namelijk op de betekenis van een specifiek afweermechanisme die anders is dan van de verdringing (Verdrängung), en waarin ‘het Ik de onverenigbare voorstelling samen met haar affect verwerpt en zich gedraagt alsof het Ik nooit met de voorstelling in aanraking is geweest’ (Freud, 1894a, W, 1, 207). In 1954, het jaar waarin Lacan zich baseert op de gevalsstudie ‘De wolvenman’ (zie Freud, 1918b, W, 6, 474-582), benoemt hij de Verwerfung als het specifieke mechanisme bij de psychose, waar een element uit de symbolische orde verworpen wordt, alsof het daar nooit had bestaan (Ec, 386-7; S1, 57-9). Rond dezelfde tijd stelt Lacan verschillende Franse vertalingen voor van de term Verwerfung, en vertaalt hij de term als rejet, refus (S1, 43) en als retranchement (Ec, 386). Pas in 1956 stelt Lacan de term forclusion voor (een term die in het Franse rechtssysteem wordt gehanteerd, in het Engels is het ‘foreclosure’), als beste Franse vertaling van Verwerfung (S3, 321). Deze term gebruikt Lacan voortaan in zijn werk.
Als Lacan zich in 1954 voor het eerst, in zijn zoektocht naar een specifieke werking bij de psychose, tot het freudiaanse concept Verwerfung wendt, wordt niet helemaal duidelijk wat er verworpen wordt, het kan de castratie zijn die wordt verworpen, of het spreken zelf (S1, 53), of ‘het genitale domein’ (S1, 58). Aan het einde van 1957 vindt Lacan een oplossing voor dit probleem, wanneer hij de gedachte uit dat de Naam-van-de-Vader (een fundamentele betekenaar) het object van de forclusie is (E, 217). Dit stelt Lacan in staat om in een formule beide thema’s te formuleren die voorheen zijn denken overheersten inzake de oorzakelijkheid van de psychose (de afwezigheid van de vader en het concept van de Verwerfung). Deze formule blijft gedurende de rest van zijn werk centraal staan in Lacans denken over de psychose.
Wanneer de Naam-van-de-Vader bij een bepaald subject buitengesloten is, laat het een gat in de symbolische orde achter dat nooit opgevuld kan worden; over het subject kan dan gezegd worden dat het een psychotische structuur heeft, zelfs wanneer het niet de klassieke kenmerken van een psychose heeft. Vroeg of laat, wanneer de verworpen Naam-van-de-Vader in het reële terugkomt, kan het subject deze niet opnemen, en het resultaat van deze ‘collisie met de niet geassimileerde betekenaar’ (S3, 321) is de ‘ingang naar de psychose’, met de beginnende karakteristieke hallucinatie en/of waan.
De forclusie moet van andere mechanismes als de verdringing, ontkenning en projectie worden onderscheiden.
Verdringing - De forclusie verschilt van de verdringing omdat het buitengesloten element niet in het onbewuste begraven is maar uit het onbewuste verstoten is. De verdringing is het werkingsmechanisme dat de neurose doet ontstaan, terwijl forclusie de psychose doet ontstaan.
Ontkenning - De forclusie verschilt van de ontkenning omdat zij geen initiële realiteitstoetsing kent (Bejahung). De ontkenning betrekt zich op een element wiens bestaan eerder geregistreerd is, en bij de forclusie is het alsof het verstoten element überhaupt nooit bestaan heeft.
Projectie - De forclusie is een specifiek psychotisch mechanisme terwijl voor Lacan de neurose een zuiver neurotisch mechanisme is. Bij de projectie loopt de richting van dit proces van binnen naar buiten, bij de forclusie keert het verstoten element van buiten terug. Freud had dit opgemerkt in ‘Psychoanalytische opmerkingen over een autobiografisch geschreven geval van paranoia’ (1911c), waar hij schrijft over de hallucinaties van Schreber: ‘Het was niet juist te zeggen dat de innerlijke onderdrukte gewaarwording naar buiten wordt geprojecteerd; wij begrijpen veeleer dat wat innerlijk geëlimineerd was, van buiten terugkeert’ (W, 6, 399). Lacan citeert niet alleen deze zin van Freud, maar maakt er met zijn eigen termen een nieuwe zin van; ‘dat wat in de symbolische orde geweigerd was … keert in het reële terug’ (S3, 13).
In 1957 relateert Lacan gedurende korte tijd de term Verwerfung met het mechanisme van de totstandkoming van het Ik via de identificatie met de vader in het doorlopen van het oedipuscomplex (S4, 415). Dit is duidelijk niet het psychotisch mechanisme van de forclusie, maar is een normaal/neurotisch proces.
Literatuur
- Overname uit: Dylan Evans, Inleidend lacaniaans lexicon. De psychoanalyse van Jacques Lacan. Amsterdam, Sjibbolet 2024 (oorspronkelijk D. Evans, An introductory dictionary of lacanian psychoanalysis. Londen/New York, Routledge, 1996, vertaling door Elisabeth Greven).
- Freud, Sigmund (1894a), ‘De afweerneuropsychosen’, Werken, 1, Amsterdam: Boom, 2006, p. 195-209.
- Freud, Sigmund (1918b) [1914], ‘Uit de geschiedenis van een kinderneurose’ [‘De Wolvenman’], Werken, 6, Amsterdam: Boom, 2006, p. 479-582.
- Lacan, Jacques (1938), Les complexes familiaux dans la formation de l’individu. Essai d’analyse d’une fonction en psychologie, Parijs: Navarin, 1984.
- Jacques Lacan, Écrits. A Selection, vert. Alan Sheridan, Londen: Tavistock Publications, 1977. (E)
- Jacques Lacan, Écrits. Parijs: Seuil, 1966. (EC)
- Jacques Lacan, The Seminar. Book I. Freud’s Papers on Technique, 1953-1954. Vertaald en geannoteerd door John Forrester, New York: Norton; Cambridge: Cambridge University Press, 1988. (S1)
- Jacques Lacan, The Seminar. Book III, The Psychoses 1955-1956. Vertaald en geannoteerd door Russel Grigg, Londen: Routledge, 1993. (S3)
De ideeën van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan hebben de theorie en de klinische praktijk van de psychoanalyse aanzienlijk veranderd en hebben een grote impact op de cultuurwetenschappen en de filosofie. Lacans oeuvre staat echter bekend om zijn complexiteit en idiosyncratische…