Francesc (François) Tosquelles, geboren in 1912, groeit op in het Spaanse dorpje Reus, te zuiden van Barcelona en in de schaduw van het befaamde psychiatrische Instituto Pere Mata. De Catalaanse politieke context, met haar verzet tegen Madrid en de hegemonie van het Castiliaans, is doordrongen van radicaal-links anarchistisch lokaal verzet tegen het centralistische communisme. Via een oom komt de jonge Francesc in contact met Freuds De droomduiding. De Spaanse vertaling van Freuds oeuvre die onder impuls van de Spaanse filosoof Ortéga y Gasset tot stand komt, is exemplarisch voor de openheid voor de psychoanalyse in Barcelona, door de aanwezigheid van gevluchte psychoanalytici bekend als ‘het kleine Wenen’.
Tijdens zijn geneeskundestudie en opleiding tot psychiater in Barcelona neemt Tosquelles een rijk-gevarieerd intellectueel bad. Vanuit een kritiek op de heersende biologische psychiatrie ambieert hij een op de psychoanalyse gegronde psychiatrie. Tosquelles gaat in analyse bij Sándor Eiminder, een leerling van Sándor Ferenczi en vertrouweling van August Aichhorn. Psychiatrie en psychoanalyse zijn verknoopt met de marxistische politieke inspiratie van zijn psychoanalytische leermeester Emilio Mira y López. Behalve met Freud maakt deze laatste Tosquelles ook vertrouwd met het vroege werk van Jacques Lacan. Wanneer hij bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog als psychiater achter de Republikeinse frontlinie opereert, blijven Freud en Marx de inspiratiebronnen voor Tosquelles’ holistische en collectieve benadering van psychiatrische zorgverlening, die onder meer vorm krijgt in een therapeutische gemeenschap voor frontsoldaten.
Franco’s overwinning drijft Tosquelles over de Pyreneeën richting Frankrijk. Na een verblijf van enkele maanden in het interneringskamp van Septfonds, waar hij tevens een psychiatrische eenheid opricht, wordt Tosquelles’ gevorderd door de directeur van het psychiatrisch ziekenhuis van Saint-Alban. Tosquelles zal deze desolate plek vanaf 1940 transformeren tot een oord van radicaal verzet tegen het fascisme, maar bovenal tot een bruisend socio-cultureel laboratorium van radicale psychiatrische vernieuwing en psychoanalytisch geïnspireerde zorg voor mensen met chronische aandoeningen, vaak psychotisch kwetsbaren die door hun gefortuneerde familie waren verbannen.
Het door zijn geografische ligging aan het oog van de nazi’s ontsnappende Saint-Alban vormt een toevluchtsoord voor gevluchte joden en intellectuelen (zoals de dichter Paul Éluard en de filosoof Georges Canguilhem), verzetslieden en surrealistische kunstenaars (zoals Salvador Dalí en de dadaïst Tristan Tzara), die samen met de patiënten en de dorpsgemeenschap een creatief collectief vormen. Gestoeld op ergotherapeutische principes voorziet de gemeenschap niet enkel in de eigen voedselvoorziening, maar vormt zij een socio-cultureel milieu, met onder meer een eigen krant, theatervoorstellingen, kunstateliers, feestjes en sportactiviteiten. Het psychiatrische ziekenhuis vormt zo een plek van gemeenschapsvorming, met gedeelde activiteiten voor en door patiënten, bezoekers, familieleden, dorpsbewoners en zorgverleners.
In de geleefde praktijk legt Tosquelles er met zijn collega’s de fundamenten van wat uitgroeit tot de ‘institutionele psychotherapie’. ‘Men moet de institutie verzorgen’, stelt Tosquelles. Dit faciliteert wat hij een ‘horizontale collectiviteit’ noemt. Er wordt afstand genomen van hiërarchie, aliënerende relaties en van een psychiatrie waar het subject achter het symptoom verdwijnt. Singulariteit bestaat niet buiten de context van een groep of een institutie als een levendige ruimte van uitwisselingen. Dit model geldt niet enkel voor het ziekenhuis als organisme en lokale gemeenschap. Ook het leven daarbuiten moet worden ‘genezen’ van centralisme, totalitarisme en psychische vervreemding, aldus Tosquelles. Het ziekenhuis als sociaal milieu neemt de rol van de psychoanalyticus op: het faciliteert nieuwe overdrachten en vormt zo een ‘helend collectief’. Het institutionele denken onderscheidt zich zo van de latere antipsychiatrie – die de rol van de psychiatrische ziekenhuizen net zal afzweren – als een permante kritiek op, maar vooral een ‘permanente revolutie’ vanuit de institutie. De arbeid en de zorg die een instelling tot een instituut en een helend team tot een collectief maakt, is immers volgens Tosquelles nooit teneinde. Institutionele psychotherapie impliceert voor hem een radicale ethiek, een vitaliserende denk- en levenswijze (Robcis, 2021).
Saint-Alban maakt tevens faam vanuit haar bijdrage aan de ‘Art Brut’, zoals die na de Tweede Wereldoorlog bij Jean Debuffet vorm krijgt. Deze laatste bezocht Saint-Alban met een specifieke interesse in Auguste Forrestier, maar ook het werk van andere patiënten maakt deel uit van Debuffets vermaarde Art Brut Collectie, vandaag permanent te bezichtigen in het gelijknamige museum te Lausanne. Tosquelles’ project is van vormend belang voor psychiaters als Frantz Fanon en Jean Oury. Zal de eerste Tosquelles als leermeester noemen bij de dekolonisering van de psychiatrie in Algerije, dan zal de laatste Tosquelles’ denken als referentiepunt nemen voor de oprichting van de psychiatrische gemeenschap van La Borde (in Cour-Cheverny), met Félix Guattari als compagnon de route. Tosquelles’ werk in Saint-Alban werkt tevens inspirerend voor de oprichting van de eerste instelling voor mentale handicap te Marvejols in de Lozère. Tosquelles ontwikkelt daarnaast onder meer actieve contacten met Fernand Deligny, die in de Cévennes met autistische kinderen pioniert.
In 1962 verlaat Tosquelles Saint-Alban. Hij gaat achtereenvolgens aan de slag te Marseille, Melun, Longeuil-Annel en Agen. Vanaf 1967 zet zich ook de progressieve terugkeer naar het Instituto Pere Mata in. Zijn pensionering in 1979 gaat vergezeld van een rehabilitatie in Spanje. Zo opent Tosquelles in 1985 het academiejaar aan de pas opgerichte medische faculteit te Reus. Terwijl zijn erfenis in Spanje vandaag grotendeels verloren is gegaan, geldt Tosquelles in Frankrijk als één van de grondleggers van de in de psychoanalyse gewortelde institutionele psychotherapie. Vanuit een diepe klinische bewogenheid en de zoektocht naar optimale zorg voor de meest kwetsbaren behandelde hij zowel kinderen, adolescenten als volwassen, individueel en in groep. Na een laatste huldiging in zijn geboortestreek overlijdt de Catalaanse Freud in 1994 in het Franse Granges-sur-Lot (Masó, 2021).
Literatuur
- Masó, J. (2021). François Tosquelles. Soigner les institutions. Paris: L’Arachnéen.
- Robcis, C. (2021). Disalienation. Politics, Philosophy, and Radical Psychiatry in Postwar France. Chicago/London: The University of Chicago Press.
August Aichhorn (1878-1949) is een pionier van de psychoanalytische pedagogiek en van de psychoanalyse van de adolescentie Hij wordt erkend als de grondlegger van de ‘residentiële therapeutische behandeling van kinderen en adolescenten’ (Verheij 2004: 504). Aichhorn stamt uit een…
(Boedapest 1873-1933) Arts, succesvol psychoanalyticus, productief schrijver (Ferenczi, 1970, 1972) en lange tijd de favoriete leerling van Freud. Hij legde sterke nadruk op interactionele en preoedipale aspecten van de psychoanalytische behandeling, waarin hij een actieve techniek…
(1901-1981) Frans, charismatisch psychoanalyticus. Na zijn medische studie en specialisatie in de psychiatrie promoveerde hij op een proefschrift over de paranoia. Hierna was hij in analyse bij R. Loewenstein en werd hij lid van de Société Psychanalytique de Paris. In 1936 hield hij een l…
Frantz Fanon (1925-1961) groeit op in een middenklasse gezin met gemengde roots in de havenstad Fort-de-France, hoofdstad van Martinique, een Franse overzeese kolonie. Op het elitaire Lycée Schoelcher beïnvloedt onder meer de dichter-politicus Aimé Césaire zijn ontluikende denken. Als Frans…