Identiteit


  • Duits: Identität, die
  • Engels: Identity
  • Frans: identité

Een relatief constante beleving van het zelf als uniek, samenhangend en door de tijd herkenbaar. Erikson, die het begrip vooral uitwerkte, zegt er dit over: ‘Identiteit is de vaste ervaring van het vermogen van het ego om alle identificaties te integreren met de wederwaardigheden van de libido, met de aangeboren talenten die werden ontwikkeld, en met de kansen die in sociale rollen worden geboden’ (1950, 261). Zie Narratief paradigma.

Literatuur

  • Erikson, E.H. (1950) Childhood and society. Norton, New York.