Psychoanalytisch Woordenboek

Parentificatie

  • Duits: Parentifizierung, die

Parentificatie is een begrip dat werd ge√Įntroduceerd door Boszormenyi-Nagy. Volgens deze pionier van de contextuele therapie gaat het bij parentificatie om gezinsomstandigheden waarbij het kind verantwoordelijk wordt (gemaakt) voor het ouderlijk welbevinden. Het kind wordt (en/of voelt zich) geroepen oneigenlijke zorgen op zich te nemen. Het kan zich ook iets aanmatigen. Zo wordt het als het ware te snel ouder. Het mobiliseert daarbij de nodige krachten en talenten. Maar op latere leeftijd kan zich dit fenomeen op uiteenlopende wijze wreken. Psychoanalyse legt de intrapsychische of fantasmatische wortels bloot. Projectieve identificatie vanwege ¬†orale en/of narcistische noden van de ouders leidt tot een ¬†vals zelf: de zorgende engel of het superkind. Ook een falende derde die het kind onbeschermd overlevert aan de nood van de ander of reparatie en/van afgunst tegenover een ouderfiguur behoren tot de veel voorkomende pathogene factoren. Via het impliciet geheugen kan parentificatie zich als sjabloon in het volwassen psychosociaal leven nestelen. Zodoende is het een belangrijke psychopathologische risicofactor. De psychodynamiek van parentificatie speelt bovendien ook vaak bij de hulpverlener. Hij is dan niet alleen een gewonde genezer, maar kan ook gedreven worden door een niet altijd even doorzichtige of deugddoende roeping. Deze kan een professioneel optreden ernstig bemoeilijken. [MK]

Literatuur

Verder op psychoanalytischwoordenboek.nl: