Vader


  • Duits: Vater, der
  • Frans: père

Freud schrijft in het voorwoord tot de tweede druk van De droomduiding kortweg dat de dood van de vader ‘de gewichtigste gebeurtenis, het meest ingrijpende verlies in het leven van een man’ is (1900a; 2: 24). Zeker is dat zijn theorie gecentreerd was rond de vader en dat de figuur van de moeder daar veeleer impliciet bleef. Zonder twijfel blijkt de vader in iedere analyse van het grootste belang: als degene die medebepalend was in de jeugdjaren en wiens invloed doorwerkt; als identificatiefiguur tegen wie men opkeek of nog opkijkt, als degene die is tegengevallen of die opvalt door zijn afwezigheid, van wie men houdt, tegenover wie men zeer ambivalent staat, met wie men nog dingen zou willen uitvechten, voor wie men bang is, et cetera. Zie ook Erkenning.

Literatuur

  • Freud, S. (1900a) ‘De droomduiding’, Werken 2: 7, 22-582.
  • Rohde-Dachser, C. e.a. (1993) ‘“Mutter” und “Vater” in psychoanalytischen Fallvignetten’, Psyche 7, 613-646.