- Frans: loi
- Engels: law
- Duits: Gesetz
Lacans besprekingen van ‘de Wet’ (Lacan schrijft Loi vaak met een hoofdletter L) zijn schatplichtig aan het werk van Claude Lévi-Strauss (zie m.n. Lévi-Strauss, 1951). Net als in het werk van Lévi-Strauss verwijst de Wet in Lacans werk niet naar een specifiek soort wetgeving, maar naar het fundamentele principe dat onderliggend is aan alle sociale relaties. De wet is het geheel van algemene principes dat het sociale bestaan mogelijk maakt, de structuren die alle vormen van sociale uitwisseling reguleren, of het nu om een uitruil van geschenken gaat of om verwantschapsrelaties, of om de opstelling van verdragen. Aangezien de meest basale vorm van uitwisseling die van de communicatie zelf is, is de wet in essentie een talige entiteit - het is de wet van de betekenaar:
‘deze wet, is dan duidelijk genoeg zichtbaar geworden als zijnde identiek aan een taalorde. Want zonder verwantschapsbenoemingen is geen enkele macht in staat om de orde van voorkeuren en taboes, die het garen van de afstamming door opeenvolgende generaties bindt en en weeft, te institutionaliseren’ (E, 66).
Deze wettelijke-talige structuur is in feite niets meer en niets minder dan de symbolische orde zelf.
In navolging van Lévi-Strauss beweert Lacan dat de wet wezenlijk aan de mens is; het is de wet die de mens van de andere dieren scheidt, door seksuele relaties te reguleren, die bij het dier niet gereguleerd zijn; de menselijke wet is ‘de primordiale Wet … die door het reguleren van huwelijksbanden het koninkrijk van cultuur oplegt aan die van een natuur die aan de wet van het paren is overgeleverd. Het incestverbod is louter zijn subjectieve scharnierpunt’ (E, 66).
In het oedipuscomplex legt de vader de wet aan het subject op; de vaderlijke instantie (of vaderlijke functie) is niets anders dan de naam voor deze verbiedende en wetgevende rol. In de tweede fase van het oedipuscomplex verschijnt de vader als een omnipotente ‘vader van de oerhorde’ in Totem en taboe (Freud, 1912-13); hij is de wetgever die niet is opgenomen in zijn eigen wet omdat hij de Wet is, door aan anderen de toegang tot de vrouwen in de volksstam te weigeren terwijl hij zelf tot alle vrouwen toegang heeft. In de derde fase van het oedipuscomplex is de vader in zijn eigen wet opgenomen, de wet is eerder als een verbond geopenbaard dan als een gebod. Het oedipuscomplex representeert het reguleren van het verlangen door de wet. Dit betreft de wet van het lustprincipe, die het subject gebiedt: ‘Geniet zo weinig mogelijk!’, en op deze wijze blijft het subject op veilige afstand van het Ding.
De relatie tussen de wet en het verlangen is echter dialectisch van aard; ‘het verlangen is het omgekeerde van de wet’ (Ec, 787). Wanneer aan de ene kant de wet grenzen stelt aan het verlangen, is het ook waar dat de wet in de eerste plaats het verlangen creëert, door het verbod in te stellen. In essentie is het verlangen het verlangen tot overtreding, en om over overtreding te kunnen spreken moet er eerst een verbod zijn (S7, 83-4). Het is dus niet waar dat er een vooraf gegeven verlangen bestaat dat vervolgens gereguleerd wordt door de wet, maar het verlangen is ontstaan uit het proces van reguleren: ‘wat we hier zien, is de hechte band tussen het verlangen en de Wet’ (S7, 177).
Als de wet nauw verbonden is met de vader is dit niet alleen omdat de vader de wet oplegt, maar ook omdat de wet ontstaan is uit de moord op de vader. Dit wordt duidelijk geïllustreerd in de mythe van de vader in de oerhorde waar Freud in Totem en taboe over schrijft. In deze mythe bekrachtigt de moord op de vader alleen maar de wet, die de incest verbiedt, en maakt hij in het geheel niet de zonen vrij van de wet.
Literatuur
- Overname uit: Dylan Evans, Inleidend lacaniaans lexicon. De psychoanalyse van Jacques Lacan. Amsterdam, Sjibbolet 2024 (oorspronkelijk D. Evans, An introductory dictionary of lacanian psychoanalysis. Londen/New York, Routledge, 1996, vertaling door Elisabeth Greven).
- Sigmund Freud, (1913-13a), ‘Totem en taboe’, in Sigmund Freud Werken, deel 6, 15-167, vertaling en bezorging Wilfred Oranje, Amsterdam, Boom, 2006.
- Claude Lévi-Strauss (1951), ‘Language and the analysis of social laws’, in Structural Anthropology, vertaling Claire Jakobson en Brooke Grundfest Schoepf, New York: Basic Books, 1963, pp. 55-66.
- Jacques Lacan, Écrits. A Selection, vert. Alan Sheridan, Londen: Tavistock Publications, 1977. (E)
- Jacques Lacan, Écrits, Parijs: Seuil, 1966. (Ec)
- Jacques Lacan, The Seminar. Book VII. The Ethics of Psychoanalysis, 1959-1960, vertaald door Dennis Porter, Londen, Routledge, 1992. (S7)
Duits: Ordnung, die symbolische Engels: symbolic order Frans: ordre symbolique Een door Lacan ingevoerde term die gedacht moet worden in relatie tot twee andere door hem onderscheiden ordes: van het imaginaire en het reële. De imaginaire orde betreft het beeld en in het verlengde daarvan …
De ideeën van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan hebben de theorie en de klinische praktijk van de psychoanalyse aanzienlijk veranderd en hebben een grote impact op de cultuurwetenschappen en de filosofie. Lacans oeuvre staat echter bekend om zijn complexiteit en idiosyncratische…