Zijn

  • Frans: être
  • Engels: being
  • Duits: Sein

Lacans gebruik van de term ‘zijn’ introduceert in zijn discours een metafysische annotatie, die onderscheidend is van de meeste andere theoretische psychoanalytische scholen die afwijzend staan tegenover het bezigen van metafysische en filosofische concepten (zie E, 228).  Lacan vindt het voor psychoanalytici noodzakelijk dat zij zich met zulke kwesties bezighouden, want wanneer de analyticus intervenieert, raakt zijn handeling ‘het hart van het zijn [van de analyticus]’ en dit beïnvloedt zijn eigen zijn, immers, ‘hij kan niet in zijn eentje buiten het speelveld blijven’ (E, 228). Daarom ‘is het zeker in de relatie tot het zijn waar de analyticus zijn niveau van werken moet vinden’ (E, 252). Ook stelt Lacan dat gedurende de kuur de analyticus te maken krijgt met een groeiend verlies aan zijn (Fr. désêtre), wanneer hij geleidelijk tot louter een object voor de analysant wordt gereduceerd.

Lacans bespreking van het zijn is duidelijk beïnvloed door het gedachtegoed van Martin Heidegger (zie Heidegger, 1927). Het zijn behoort tot de symbolische orde want ‘het zijn vindt zijn status in de relatie met de Ander’ (E, 251). Deze relatie wordt, net als bij de Ander zelf, gekenmerkt door een tekort (manque) en het subject wordt gevormd door zijn tekort aan zijn (manque-à-être) dat het verlangen veroorzaakt, een willen zijn; het verlangen is dus in wezen een verlangen om te zijn.

Steeds wanneer Lacan het zijn tegenover het bestaan stelt, betreft dit het bestaan in het reële dat in contrast staat met de symbolische functie van het zijn. Er kan dus iets zijn zonder te bestaan, wanneer het uit de taal is geconstrueerd maar het geen correlaat vindt in het reële (bijv. de volledige Ander). Omgekeerd kan iets bestaan zonder het zijn, zoals het ‘onuitsprekelijke, stupide bestaan’ van het subject, dat niet volledig tot een betekenisgevende articulatie teruggebracht kan worden (E, 194).

Lacan bedenkt het neologisme parlêtre vanuit het zelfstandig naamwoord être (zijn) en het werkwoord parler (spreken) om zijn punt te benadrukken dat het zijn in en door de taal is geconstitueerd. Een mens is in de eerste plaats een sprekend wezen.

Literatuur

  • Dylan Evans, Inleidend lacaniaans lexicon. De psychoanalyse van Jacques Lacan. Amsterdam, Sjibbolet 2024 [oorspronkelijk D. Evans, An introductory dictionary of lacanian psychoanalysis. Londen/New York, Routledge, 1996, vertaling door Elisabeth Greven].
  • Martin Heidegger [1927], Zijn en Tijd (Sein und Zeit) Amsterdam, Boom/SUN, 1999. 
  • Jacques Lacan, Écrits, Parijs: Seuil, 1966. (E)

Gerelateerde lemma's

Duits: Mangel Engels: lack Frans: manque Dit is het centrale begrip van de psychoanalyse in de zin van Lacan. De mens is een wezen dat gevat is in de taal en zo afgesneden is van een onmiddellijke toegang tot de werkelijkheid. De toegang tot de werkelijkheid is door de taal en (van de taal…

Gerelateerde artikelen

De ideeën van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan hebben de theorie en de klinische praktijk van de psychoanalyse aanzienlijk veranderd en hebben een grote impact op de cultuurwetenschappen en de filosofie. Lacans oeuvre staat echter bekend om zijn complexiteit en idiosyncratische…