Ethiek


  • Duits: Ethik, die
  • Frans: éthique

Freud wilde met zijn psychoanalyse niet een bepaalde ethiek propageren (1960a; brief aan Putnam van 8-7-1915). De psychoanalyse moest wetenschappelijk neutraal zijn en hij had ook weinig vertrouwen in het effect van ethische verhandelingen. Niettemin was zijn praktijkvoering gebouwd op ethische principes. Freud schrijft ‘dat de psychoanalytische behandeling gebaseerd is op waarachtigheid. Hierin schuilt een flink deel van haar opvoedende werking en ethische waarde. Het is riskant om dit fundament te verlaten’ (1915a; 6: 440). Er spreekt respect uit voor het eigene van ieder mens en vertrouwen in zijn groeikracht/mogelijkheden. Verder zijn het de waarden van de Verlichting die belangrijk zijn. Zie Universaliteit en Waarheid/Waarachtigheid.

Literatuur

  • Freud, S. (1915a) ‘Verdere adviezen over de psychoanalytische techniek III: Opmerkingen over de overdrachtsliefde’, Werken 6: 434, 436-447.
  • (1960a) S. Freud (1960) Briefe 1873-1939. E. & L. Freud (red.). S. Fischer, Frankfurt am Main.
  • Hale, N.G. Jr. (1971), James Jackson Putnam and psychoanalysis. Letters between Putnam and Sigmund Freud, Ernest Jones, William James, Sándor Ferenczi, and Morton Prince, 1877-1917. Harvard University Press, Harvard MA.