Neutraliteit


  • Duits: Neutralität des Analytikers, die
  • Frans: neutralité

Dit is een verplichting voor de psychoanalyticus tijdens zijn werk, extreme situaties, zoals reële suïcidedreiging, daargelaten. Het woord Neutralität komt in de geschriften van Freud niet voor, maar herhaaldelijk onderstreept hij de verplichting van de psychoanalyticus zich tijdens zijn werk ‘neutraal’ op te stellen. De analyticus heeft tot taak de vrijheid van de analysand te bevorderen en niet zijn eigen wensen te bevredigen. ‘Wij hebben resoluut het denkbeeld afgewezen om van de patiënt die hulp zoekt en zich aan ons toevertrouwt, ons eigendom te maken, zijn lot voor hem vorm te geven, hem onze idealen op te dringen en hem, met de hoogmoed van de Schepper, te vormen naar ons evenbeeld waaraan wij dan welbehagen moeten vinden’ (1919a; 8: 55). Op de volgende bladzijde onderstreept Freud dat neutraliteit niet alleen maar passief afwachten betekent. Dat de analyticus zijn analysand misschien ongewild toch beïnvloedt, is niettemin onvermijdelijk: in stembuigingen, in kleding, in kamerinrichting en in wonen worden de analyticus en zijn opvattingen waargenomen. Analysanden hebben hun ogen en hun oren immers niet in hun zak. Zie Abstinentieregel en Techniek.

Literatuur

  • Freud, S. (1919a) ‘Wegen van de psychoanalytische therapie’, Werken 8: 48, 50-58.
  • Ladan, A. (red.) (1995) Over normen en waarden. Psychoanalytische visies. Boom, Amsterdam.