Kennis/weten


  • Duits: die Kenntnis/das Wissen
  • Engels: knowledge
  • Frans: connaissance/savoir

Lacan maakt consequent onderscheid tussen de  imaginaire kennis van het Ik en het symbolisch weten van het subject. Kennis (en miskenning) is het soort zelfkennis dat tot het imaginaire register behoort. In het Ik berust inderdaad een illusoire vorm van zelfkennis die gebaseerd is op een gefantaseerde eenheid en zelfbeheersing. Daartegenover staat het symbolisch weten waarop de psychoanalytische behandeling is gericht. Het onbewuste is dan de drager van een onbewust weten (bijvoorbeeld van de herhaling) dat kan verschijnen via die wel zeer bijzondere manier van spreken die vrije associatie wordt genoemd. Het symbolisch weten bevindt zich niet in een particulier subject noch is het gelocaliseerd in de grote Ander. Het is intersubjectief. Wel kenmerkt de (primaire) overdracht zich door het feit dat de analyticus wordt beschouwd als een verondersteld-wetend-subject. Een en ander heeft wel gevolgen voor de psychoanalytische techniek die er in de lacaniaanse oriëntatie niet zozeer op is gericht het Ik van de patiënt te bevrijden maar hem van zijn Ik te bevrijden. [MK]

Literatuur

  • Evans, D. (1996) An introductory dictionary of Lacanian psychoanalysis. Routledge, Londen.