Verlatingsangst


  • Duits: Verlassensangst, die
  • Engels: anxiety of abandonment
  • Frans: angoisse d’abandon

Ook wel separatieangst of objectverlies genoemd. Dit woord komt als zodanig niet voor bij Freud, maar inhoudelijk schrijft hij er wel over (bijvoorbeeld 1926d; 9: 238-243 en 263-267). Hij verbindt het thema sterk met hulpeloosheid, de totale afhankelijkheid van de zuigeling. Uiteraard speelt dit element in analytische behandelingen een grote rol. De regressie bevorderende setting van een analyse brengt deze angst naar boven. Bij onderbrekingen in het ritme van de behandelingen, en a fortiori in de eindfase, bij het termineren, kan deze angst zich bijvoorbeeld uiten door een toename van symptomen, eventueel ook door grote boosheid. Veel mensen zijn bereid om bijna alles in te leveren opdat de ander hen maar niet in de steek zal laten. De symbiotische illusie is ten slotte op deze angst gebouwd. Mensen die het gevoel hebben dat ze niet op eigen benen kunnen staan, dat ze alleen in afhankelijkheid van een ander kunnen overleven, zijn hierin kwetsbaar en zelfs chantabel.

Literatuur

  • Boerwinkel, A. & Heuves, W. (red.) (2000) De kunst van het verliezen. Over verlating en verlatenheid. Boom, Amsterdam.
  • Freud, S. (1926d) ‘Remming, symptoom en angst’, Werken 9: 186, 196-268.