Perversie


  • Duits: Perversion, die
  • Frans: perversion

In de strikte betekenis: ‘ziekelijke vorm van seksualiteit’ (Freud, 1916-17a; 7: 468). Het is niet mogelijk een scherp onderscheid te maken tussen normale en pathologische seksualiteit, maar er zijn wel gedragsvormen die voldoende ver van de “norm” afwijken om pervers te kunnen worden genoemd. Bij de definitie van de perversie speelt altijd een tijd- en cultuurbepaald begrip van normaliteit een rol. Perversies kunnen klinisch worden omschreven als habituele en stabiele beperkingen van het seksuele gedrag, waarbij het tot uitdrukking brengen van een of meer van de polymorf perverse kinderlijke preoccupaties de noodzakelijke voorwaarde is voor het bereiken van volledige seksuele bevrediging. Seksueel sadisme, masochisme, voyeurisme, exhibitionisme, fetisjisme en transvestitisme zijn vormen van perversie als zij aan dit criterium voldoen. Vanuit psychoanalytisch gezichtspunt vindt er in de normale seksualiteit een integratie plaats van de pregenitale en de genitale seksuele elementen. Hierdoor ontstaat het vermogen de ander lief te hebben en naar wederzijdse emotionele en seksuele bevrediging te streven in een relatie waarin de agressie in dienst staat van de liefde en de erotiek. In de perversie bij neurotische stoornissen is de agressie overwegend ondergeschikt. Bij de vroege (narcistische/borderline/psychotische) stoornissen is de agressie eerder destructief van aard omdat zij door preoedipale conflicten wordt bepaald. De perversie is te begrijpen vanuit een groot aantal psychodynamische invalshoeken en de functies ervan zijn complex en overgedetermineerd. Doorgaans vat men de perversie op als een afweerstructuur met compromisformaties die diverse doeleinden tegelijkertijd moeten dienen. De angst, de agressie en de afweer zijn daarbij geseksualiseerd en zorgen op die manier voor de handhaving van het zelfgevoel en het identiteitsbeleven. Soms wordt het woord in een veel ruimere betekenis gebruikt. Zie Symbiose en Seksualiteit [AS]

Literatuur

  • Freud, S. (1916-17a) ‘Colleges inleiding tot de psychoanalyse’, Werken 7: 211, 217-606.
  • Kernberg, O. (1995) Love relations. Normality and pathology. Yale University Press, New Haven/Londen.